|
Fijnstof |
|
Fijnstof is een mengsel van deeltjes van verschillende grootte en
verschillende samenstelling. Sommige typen fijnstof zijn schadelijker voor
de gezondheid dan andere. De oorsprong van het stof is waarschijnlijk
bepalend voor de schadelijkheid. Zo lijkt fijnstof afkomstig van de
uitstoot door verkeer schadelijker voor de gezondheid dan bijvoorbeeld
stofdeeltjes afkomstig uit de bodem. Fijnstof is er in drie maten: |
![]() |
| - | deeltjes met een omvang van 2,5 tot 10 micrometer (een micrometer is een duizendste millimeter). Dit zijn onder andere opwaaiend wegenstof en slijtagedeeltjes uit motoren en remmen. Deze deeltjes krijgen in de literatuur de stofduiding PM 10 (Particle < 10 Micrometer). |
| - | deeltjes met een omvang kleiner dan 2,5 micrometer (PM 2,5). Deze komen vooral uit de uitlaten van dieselmotoren (dieselroet). |
| - | deeltjes met een omvang kleiner dan 0,1 micrometer (EC, elementair koolstof). |
|
Herkomst van fijnstof |
|
De precieze samenstelling en herkomst van de totale hoeveelheid fijnstof is nog
niet helemaal vast te stellen. Een deel is afkomstig van bekende bronnen, direct
vrijgekomen fijn stof en natuurlijke bronnen (opwaaiend stof en 'zeezout
aërosol'). Een ander deel bestaat uit de verzurende emissies ammoniak,
stikstofoxiden en zwaveldioxide. De meest schadelijke emissie is uit het wegverkeer (met name dieselauto's), door de zeescheepvaart en de binnenvaart, door verbrandingsprocessen in de industrie en door houtkachels in woningen. |
|
Gevolgen voor de gezondheid |
|
Fijnstof bestaat uit zwevende deeltjes die zó klein zijn dat ze niet blijven
plakken aan de natuurlijke vuilvangers in de neus-, mond- en keelholte. Daardoor
komen ze heel diep in de luchtwegen terecht en dat kan leiden tot allerlei
gezondheidsklachten en zelfs tot
voortijdige sterfte. Bij ongeveer 1.700 tot 3.000 sterfgevallen per jaar speelt
de relatie tussen voortijdige sterfte en het inademen van fijnstof een rol. Dit
blijkt uit epidemiologische studies van het Nederlands Aërosol Programma, waarin
RIVM, TNO, ECN en IRAS van de Universiteit van Utrecht samenwerken. Fijnstof draagt bij tot hart- en longziekten, acute en chronische bronchitis en astma. Wie in Nederland binnen 100 meter van een drukke snelweg woont, of binnen 50 meter van een drukke stadsweg, leeft door de uitstoot van fijnstof gemiddeld een jaar korter dan mensen die wat verder van de snelweg vandaan wonen. Ongeveer vijf procent van de Nederlanders loopt op deze manier een verhoogd risico, maar in steden is dat aantal hoger (10 procent in Amsterdam). De drie categorieën fijnstof werken elk anders op het lichaam: |
| - | de deeltjes kleiner dan 10 en 2,5 micrometer verschillen van elkaar, omdat ze tot verschillende diepte de luchtwegen binnendringen, met de ingeademde ademlucht. |
| - | de deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer stimuleren waarschijnlijk de bloedklontering, wat een verklaring zou kunnen zijn voor een hoger aantal hartziekten langs drukke wegen. |
Problematisch is verder dat fijnstof maar langzaam doordringt in het lichaam. Dit wil zeggen dat zelfs als de wettelijke normen voor stofdeeltjes in de lucht niet worden overschreden, er tóch gezondheidsproblemen kunnen ontstaan. |
|
Maatregelen |
|
De normen voor de concentraties van fijnstof in lucht worden steeds scherper.
Voor 2005 golden maximale waarden van 125 en 250 microgram per kubieke meter per
dag. Er is echter Europese regelgeving aangenomen, die een scherpe daling van
deze waarden oplegt. Vanaf 2005 geldt als maximale daggemiddelde 40 microgram per kubieke meter over een heel jaar, met een dagnorm van maximaal 50 microgram. Bijna heel Nederland voldoet niet aan die richtlijn. In 2010 moeten deze waarden ook nog eens gehalveerd zijn. |
|
Ontwikkelingen |
|
Onbetrouwbare overheid Op 5 juli 2007 publiceerde de Volkskrant het artikel "Overheid sjoemelt met de
norm fijnstof". Na onderzoek werd duidelijk dat de ministeries van VROM en
Verkeer en Waterstaat de berekening voor fijnstofwaarden bewust hebben
gemanipuleerd om
grote bouwprojecten niet te hinderen. De verantwoordelijke
ambtenaren wilden rekenen met waarden op 4 meter hoogte, in plaats van de
gebruikelijke hoogte van 1,5 meter. |
|
Waar kunt u terecht met klachten? |
| De gemeente is in eerste instantie verantwoordelijk voor de leefomgeving en zal dus moeten optreden tegen overlast. De Inspectie VROM kijkt of de gemeenten hun handhavende taken goed uitvoeren. Als er niet adequaat wordt gereageerd op klachten, kunt u dit melden aan de inspectie van VROM. |
|
Bron: milieuloket |