< terug

12-7-2005


 

Hoorzitting in Schouwburg Ogterop: provincie niet op één lijn met verontruste bewoners van Meppel

De hoorzitting in Schouwburg Ogterop in Meppel, dinsdagavond 12 juli, trok een volle zaal bezoekers. Deze hoorzitting, door de provincie Drenthe steevast 'gedachtenwisseling' genoemd, was georganiseerd naar aanleiding van het onlangs door diezelfde provincie vastgestelde ontwerpbesluit voor een milieuvergunning aan Heijmans.
Volgens een woordvoerder van de provincie was de status van de avond een puur zakelijke aangelegenheid. Aanwezigen konden vragen stellen en mondelinge bedenkingen (bezwaren) indienen. De vragen werden beantwoordt door milieugedeputeerde mevrouw Tanja Klip-Martin, twee milieudeskundigen en een juridisch medewerker van de provincie. Al snel werd duidelijk dat de provincie absoluut niet op één lijn zit met een verontruste Meppeler bevolking.

Grote onduidelijkheid was er over de door de provincie gehanteerde meetgegevens met betrekking tot het gevaarlijke fijn stof. Daar waar de provincie eerder heeft te kennen gegeven, voor haar besluitvorming, uit te gaan van het RIVM-rapport (meetgegevens uit 2002), werd nu gesteld dat er meetgegevens uit 2004 zijn gebruikt. Dit werd door enkele toehoorders tegengesproken.

In Nederland zijn 55 meetstations geplaatst. De dichtstbijzijnde is het station Barsbeek, op 11 kilometer van Meppel. De meetresultaten van de verschillende stations zijn openbaar en doorlopend te volgen op internet. Daaruit blijkt dat er wel degelijk sprake is van normoverschrijding in Drenthe.
De maximaal toegestane waarde aan fijn stof is per januari 2005 gesteld op 40 microgram per kubieke meter. Meppel komt nu al ruim boven deze grens. In 2010 worden de normen ook nog eens aangescherpt van 40 naar maximaal 20 microgram m³.
Tijdens de eerdere voorlichtingsavond op 6 april jl., gaf onderzoeker Marcel Mennen van het RIVM al aan dat de grenswaarden voor Meppel al bereikt zijn: 'Meppel zit op het randje van wat toelaatbaar is, eigenlijk hangt Meppel rond het randje (...).' De verscherping van de normen, binnen vijf jaar, betekent dat het probleem voor Meppel alleen maar groter wordt.

Deze nabije strenge EU-normen worden door de provincie genegeerd. In het ontwerpbesluit is men uitgegaan van de huidige geldende normen.
De provincie werd meerdere malen grote onzorgvuldigheid verweten: 'U gaat nu iets toestaan op oude gegevens, terwijl toekomstige buiten beschouwing wordt gelaten.'
Al eerder is geconstateerd dat het lijkt alsof pas van schade voor de volksgezondheid wordt gesproken wanneer normen overschreden worden. Het RIVM heeft berekend dat in Nederland jaarlijks 1700 mensen overlijden aan de gevolgen van het inademen van fijn stof. EU-berekeningen spreken over 5000 doden per jaar in Nederland. Daar de cijfers van het RIVM maatstaf zijn voor de provincie, hanteert deze voor Nederland daarmee een "tolereerbare schade" van 1700 doden per jaar. Dit staat in schril contrast met een eerder door mevrouw Klip-Martin gedane uitspraak: 'De provincie heeft de taak op grond van haar verantwoordelijkheid t.a.v. de bescherming van het milieu en de volksgezondheid een juiste afweging te maken.'

Onduidelijkheid was er ook over de zogenoemde transportbewegingen en de gevolgen daarvan. De uitstoot aan fijn stof door de zware vrachtwagens (asfalttransport) is door het RIVM buiten beschouwing gelaten. Algemeen bekend is dat met name de zware dieselmotoren in vrachtwagens de grootste boosdoeners zijn.
De geplande asfaltcentrale in Meppel is volgens Heijmans vergelijkbaar met die van Amsterdam. Een productie van 3 ton asfalt per minuut. Dat betekent in de praktijk 288 transportbewegingen per etmaal, oftewel iedere vijf minuten een vrachtwagen. Hierbij zijn de transportbewegingen voor aanvoer van grondstoffen nog niet meegerekend.
Bewoners aan de Randweg zien dit niet zitten. Een klacht aan de vertegenwoordigers van de provincie: 'Jullie zijn typisch papieren onderzoekers die zich verschuilen achter cijfertjes. Afstandelijk. Waarom niet bij de mensen kijken of op locatie. Als de provincie daadwerkelijk staat voor de belangen van mensen, dan neemt zij de transportbewegingen mee in de beoordeling.'

De provincie blijft van mening dat de gerapporteerde RIVM-gegevens de juiste zijn. Dat sluit de mogelijkheid tot een nieuw onderzoek of een meting in Meppel, als een soort 'second opinion' uit. Mevrouw Klip-Martin: 'Wij als provincie houden wel rekening met de burger, maar wij moeten de vergunningaanvraag toetsen aan de wet, de huidige regels. Anders hebben wij een probleem met Heijmans. Bij toekenning van de vergunning kunt u altijd nog naar de Raad van State. Deze kan tot een hernieuwd onderzoek besluiten.'
Deze laatste opmerking geeft de eigenlijke situatie weer waarin de provincie verkeert. Enerzijds moet rekening gehouden worden met de burger, anderzijds moet er geopereerd binnen de grenzen van de wet. Het probleem uiteindelijk voor de Raad van State brengen, kan de provincie uit deze ongemakkelijke knellende spagaat helpen verlossen.

Tot 29 juli 2005 zijn bezwaarschriften in te dienen bij de provincie.
Daarna neemt de provincie uitvoerig de tijd om alle bezwaren te bestuderen en wel of niet een milieuvergunning te verlenen.
De eigenlijke milieuvergunning wordt zes weken ter inzage gelegd. Dan kunnen de bezwaarmakers in beroep gaan bij de Raad van State.

< terug